Blog
Purpose gaat voor een volwaardige plek voor voeding in de zorg Leonie Braskamp Leonie Braskamp

Purpose gaat voor een volwaardige plek voor voeding in de zorg

Artikel ook als download

Nederland is ziek en zwaar. Bijna de helft van de volwassenen heeft overgewicht en ruim vijf miljoen Nederlanders hebben één of meerdere chronische aandoeningen. ZonMW (de organisatie die in opdracht van VWS onderzoek en innovatie in de zorg stimuleert) heeft recent een rapport uitgebracht waarin ze het belang van gezonde voeding bij behandeling van chronische ziekten toelicht. De uitkomsten zijn niet verrassend: we eten verkeerd, we bewegen te weinig en we hebben te veel stress. Hierdoor worden we ziek, of eerst te dik en daarna ziek.

 

De voedingsparadox: voeding heeft grote impact op ziekte, maar is nauwelijks onderdeel van de zorg

 

Hoewel goede en passende voeding bijdraagt aan langer gezond blijven, een spoedig herstel en minder complicaties, speelt voeding een marginale rol in de zorg. Meer kennis hierover is hard nodig, want het aantal chronisch zieken waarbij voeding een belangrijke rol speelt stijgt snel. Op dit moment hebben 900.000 Nederlanders diabetes type 2. En elk jaar komt er een Amsterdam Arena vol nieuwe patiënten bij. Inmiddels wordt al 14% van de ziektelast in Nederland veroorzaakt door een ongezond eet-, drink- en beweegpatroon. Daarentegen raakt 15-25% van de patiënten voor, tijdens of na een behandeling juist ondervoed. Patiënten die ondervoed zijn liggen gemiddeld 1,4 dag langer in het ziekenhuis dan patiënten zonder ondervoeding. De schatting is dat ondervoeding verantwoordelijk is voor €2 miljard extra zorgkosten.

 

Hoewel er een breed gedragen gevoel van noodzaak is voor betere voeding in de zorg, blijft het lastig voor zorginstellingen om voeding goed te integreren in het zorgtraject. Wanneer voeding wél een rol speelt in het zorgtraject is het al snel ‘gemedicaliseerd’. Voor medische voeding, zoals sondevoeding en aanvullende dieetdranken, is financiering mogelijk vanuit de zorgverzekeringwet, maar voor ‘reguliere’ gezonde voeding niet. Zonde, want in de richtlijn ondervoeding wordt juist ook het belang van “gewone” en eiwit-verrijkte voeding als belangrijke oplossing genoemd.  Hierdoor laten we een grote kans liggen om de gezondheid van patiënten via voeding te verbeteren.

 

Meerdere oorzaken zetten een rem op een volwaardige rol van gezonde voeding in de zorg

 

Wij zien diverse oorzaken voor de rem op het integreren van gezonde voeding in behandeltrajecten, die elkaar ook nog eens beïnvloeden en versterken.

 

Gebrek aan wetenschappelijk bewijs zorgt voor rem op financiering

Nieuwe vormen van zorg worden pas vanuit de basisverzekering vergoed wanneer deze voldoen aan ‘de stand van de wetenschap en de praktijk’. Dit betekent dat nieuwe behandelingen alleen worden vergoed wanneer er voldoende wetenschappelijk bewijs is. En dit bewijs ontbreekt nog vaak bij voeding in de zorg. Onderzoek naar gezonde voeding is lastig, omdat het effect van verkeerde of juist goede voeding pas na vele jaren duidelijk wordt. Daarnaast zijn voedingspatronen zo verweven in onze cultuur dat onderzoek naar de complexe interactie tussen voeding en ziekten ingewikkeld is. Het gevolg hiervan is dat het onderzoek naar de relatie tussen zorg en voeding pas zeer recent op gang komt. Dit resulteert in een patstelling waarbij nieuwe initiatieven niet worden gefinancierd wegens een gebrek aan bewijs, maar bewijslast ook lastig kan worden verzameld door gebrek aan financiering.

 

Huidige voedingsadviezen verschillen in kwaliteit

Nut en noodzaak van gezonde voeding om gezond te worden en te blijven is bij een steeds groter publiek bekend. Dit heeft de afgelopen jaren geresulteerd in veel goede initiatieven, die echter vaak niet of niet volledig tot wasdom zijn gekomen. Het heeft ook geleid tot initiatieven en publicaties met een twijfelachtige wetenschappelijke onderbouwing. Met als gevolg dat veel goede, maar ook minder bruikbare informatie ‘out in the open’ is en patiënten dit onderscheid niet zien. Dat is zonde van al het geld en de energie die in goede informatie worden gestoken.

 

Te weinig ruimte voor voedingsadvies in de zorgverzekering

Mede als gevolg van bovenstaande én doordat zorgverzekeraars maar een beperkte verantwoordelijkheid voelen voor het eetpatroon van hun verzekerden is er maar zeer weinig ruimte voor voedingsadvies binnen zorgverzekeringen. Patiënten die om medische redenen dieetadvies nodig hebben kunnen vanuit de basisverzekering aanspraak maken op maximaal 3 uur adviesgesprek met een diëtist per jaar. Hoewel soortgelijke regels ook gelden voor fysiotherapie wordt fysiotherapie in elk geval voor kinderen wél altijd vergoed vanuit de basisverzekering. Het is opvallend dat dit niet geldt voor dieetadvies, terwijl een ongezond gewicht tijdens de jeugd een zeer belangrijke voorspeller is voor obesitas gedurende het volwassen leven.

 

Verzekeraars slaan de handen niet ineen, maar concurreren juist op het thema gezonde voeding

Zorgverzekeraars lijken nog geen gemeenschappelijke visie en beleid te hebben over voeding in de zorg. Het is eerder een onderwerp waar sommige zorgverzekeraars zich op willen onderscheiden. En dat betekent dat er wel enkele goede initiatieven zijn die door zorgverzekeraars worden gefinancierd, maar dat deze vaak maar een zeer beperkte doelgroep bereiken.

 

Een voorbeeld van een positieve uitzondering is het programma ‘Keer Diabetes2 Om’ van Stichting Voeding Leeft. Dit programma, medegefinancierd door VGZ, heeft in 2016 de ‘Zinnige Zorg’ prijs gewonnen, waardoor het zijn weg heeft gevonden naar de VGZ klanten. Maar hoewel onderzoek laat zien dat met het programma diabetes zelfs omkeerbaar is, bereikt het programma volgens experts nog niet zijn volledige potentie. Hier speelt ook de ingewikkelde verantwoordelijkheidskwestie. Veel gehoord in deze context is dat verzekeraars niet willen betalen voor het eten van tomaten (als metafoor voor gezonde voeding). Maar wat als deze tomaten de potentie hebben om medicijngebruik te verminderen?

 

Doktoren hebben weinig aandacht voor voeding in relatie tot het ziektebeeld

Ook binnen het doktersconsult is er weinig aandacht voor voeding. Zij worden daar dan ook niet of nauwelijks in opgeleid; de meeste studenten geneeskunde krijgen nog geen week les over voeding tijdens hun totale zesjarige opleiding. Om deze reden én door het achterblijven van voldoende wetenschappelijk bewijs zijn artsen onvoldoende bekend en vertrouwd met het onderwerp om adviezen te geven aan hun patiënten.

 

Maaltijden voor patiënten worden niet gezien als onderdeel van de zorgtraject in het ziekenhuis

De maaltijden die patiënten ontvangen tijdens hun opname worden, door de meeste ziekenhuizen, niet gezien als een onderdeel van het behandelproces. De kosten horen voor de meeste ziekenhuizen bij de ‘hotelfunctie’ en worden meestal betaald door het facilitair bedrijf. Lage kosten zijn daarbij leidend en leiden tot een golf aan uitbesteding omdat het niet als kernactiviteit wordt gezien. Patiënten krijgen dan ook meestal standaardmaaltijden die niet aansluiten bij hun ziektebeeld. Veel patiënten, zoals ouderen, zijn gebaat bij een dieet met veel eiwitten. De broodkar die ‘s ochtend bij patiënten langs komt voor het ontbijt bestaat echter vooral uit koolhydraatrijke producten. Een ontbijt met een omelet met groente is een beter alternatief, maar de kosten voor gezonde alternatieve liggen hoger en daarom kiest een ziekenhuis hier niet snel voor. Zulke maatregelen hebben juist de potentie om de opnameduur te verkorten, en dat is niet alleen goed voor de financiën van het ziekenhuis maar draagt vooral ook bij aan een hogere kwaliteit van leven voor de patiënt.

 

Er zijn wel positieve uitzonderingen. Binnen de Alliantie Voeding werkt Ziekenhuis Gelderse Vallei samen met de universiteit van Wageningen om ‘het voedingsziekenhuis van Nederland’ te worden. Een resultaat van de samenwerking is het maaltijdconcept ‘At Your Request’, waarbij de patiënt zelf kan kiezen wat, wanneer en met wie hij wil eten. Ook het Radboudumc heeft een innovatief nieuw voedingsconcept voor patiënten. Patiënten krijgen maaltijden afgestemd op hun behoefte. Zo zijn de porties voor kankerpatiënten verkleind, maar krijgen ze wel vaker iets te eten. We kunnen veel leren van de ervaringen van deze ziekenhuizen en kijken hoe we deze kennis kunnen toepassen in andere ziekenhuizen.

 

Sterke focus op fysieke kant van voeding

Tot slot valt op dat er veel aandacht is voor de fysieke kant van de zorg en veel minder voor de psychologische en sociologische aspecten. Dit is begrijpelijk, omdat de initiële diagnose fysiek van aard is en verbetering van het fysiek beter meetbaar is. Wanneer wél aandacht besteed wordt aan voeding wordt ook daar vanuit deze beperkte, fysieke blik gekeken. En dat is zonde, omdat vooral eten ook te maken heeft met beleving en met sociaal en cultureel bepaald gedrag. Juist ook de psychologische en sociologische factoren hebben een sterke invloed op de uitkomsten (over- of ondervoeding). Om verkeerde voedingsgewoonten te kunnen veranderen is het van belang hier rekening mee te houden. Gelukkig ontstaat er steeds meer aandacht voor een holistische benadering rondom voeding (bv. door het Louis Bolk Instituut), maar dit is nog onvoldoende verankerd in het huidige onderzoek.

 

Ideeën om de voedingsparadox te doorbreken

 

Purpose heeft een aantal ideeën om de voedingsparadox te doorbreken. We zijn hierover in gesprek met diverse partijen, en willen graag dat deze ‘olievlek’ zich verder gaat uitbreiden. Uiteindelijk gaat het ons erom dat we de handen op elkaar krijgen om te komen tot effectieve samenwerkingen die leiden tot betere resultaten. Dat vraagt om een gedeelde visie en om durf en bereidheid om te investeren in dit belangrijke thema. We komen graag in contact met organisaties die we misschien nog niet kennen, maar die hier ook in geloven en willen bijdragen aan de gewenste doorbraak. Om de discussie te openen zetten we daarom graag enkele van onze ideeën op een rij.

 

1. Landelijk onderzoek naar ervaringen en beleving van patiënten rondom voeding in de zorg

Een landelijk onderzoek naar de beleving en ervaringen van patiënten in de zorg rondom eten kan bijdragen aan opbouw van kennis en gevoel van urgentie voor het onderwerp. Bij ons weten is een dergelijk onderzoek nog niet eerder uitgevoerd. Het kan helpen bij het stellen van prioriteiten bij het starten van nieuwe initiatieven. Want wat willen patiënten zelf eigenlijk? Wat vinden ze belangrijk? Hoe hebben ze de voeding ervaren in hun behandeling? Welk effect hebben zij zelf ervaren op hun gezondheid en welbevinden? Wat ging er goed? Wat hadden ze anders gewild?

 

2. Benchmark ‘voeding in de zorg’ voor ziekenhuizen en andere zorginstellingen
Een beproefde manier om voeding hoger op de agenda te krijgen van de zorginstellingen is het opzetten van een jaarlijkse benchmark. Een dergelijk (eenmalig) initiatief was de evaluatie van voedingsconcepten door de stuurgroep ondervoeding in 2016, in opdracht van VWS. Een benchmark met uitkomstindicatoren (bv. het aantal ondervoede patiënten) zou hierop een waardevolle aanvulling zijn. De benchmark is te koppelen aan een ronde tafelsessie waar best practices worden uitgewisseld.
Onze ervaring met soortgelijke benchmarks over ‘wanbetaling in de zorg’ en ‘bijzonder beheer bij banken’ leert dat het agendeert, prioriteert en leidt tot betere en snellere kennisopbouw in de hele sector. Bestuurders van zorginstellingen zullen het naar verwachting al snel belangrijk vinden om goed te scoren op de lijstjes van een benchmark. Daarnaast door openheid van zaken te geven ontvangen de minst scorende ziekenhuizen direct praktische tips van de beter scorende ziekenhuizen. Hierdoor wordt het gemakkelijker om financiering binnen de zorginstellingen vrij te maken voor het onderwerp. Eventueel kan het hiervoor beschreven belevingsonderzoek onder patiënten worden gekoppeld aan de benchmark, waardoor de uitkomsten elkaar versterken.

 

3. Kennisplatform en ronde-tafelsessies over voeding in de zorg

Alhoewel er nog geen landelijke beweging is voor gezonde voeding in de zorg zijn er op lokaal niveau wel al veel goede initiatieven. Voorbeelden zijn de hiervoor genoemde catering-concepten van de Gelderse Vallei en Radboudumc. Informatie over lopende initiatieven is momenteel nog zeer versnipperd en van uiteenlopende kwaliteit. Samen met kennisexperts van universiteiten en zorgorganisaties kunnen dit soort initiatieven worden verzameld en gedeeld via een (online) kennisplatform.  Zorgorganisaties kunnen via dit platform met elkaar in contact komen. Purpose kan bijvoorbeeld de succesvolle casussen uitwerken tot leer-verhalen, met oog voor het totale plaatje: patiëntbeleving, impact op de behandeluitkomst, en consequenties voor logistiek en financiering. Behalve een online kennisplatform dragen ronde-tafelsessies met experts bij aan het begrip voor de problematiek en de wederzijdse belangen.

 

Een rondgang bij experts leert dat VWS een eerste inventarisatie heeft gedaan rondom voeding in het curatief domein. Verder zijn er goede initiatieven zoals “Duurzaam en gezond aan tafel”, een initiatief gefinancierd door VWS waar zorgorganisaties zich bij kunnen aansluiten en meer kunnen leren over hoe gezonde voeding te implementeren in hun organisatie. Dit soort initiatieven kunnen met een gezamenlijk kennisplatform en ronde-tafelsessies worden versterkt, leidend tot snellere en betere resultaten.

 

4. Stimuleringsfonds ‘Voeding in de zorg’ en structureel inbedden nieuwe initiatieven

Een veel gehoorde barrière bij stakeholders is het gebrek aan geld. Wat zou kunnen helpen is het oprichten van een stimuleringsfonds om nieuwe initiatieven te betalen, bijvoorbeeld door VWS. Ook in andere sectoren heeft dit bijgedragen aan een versnelling van urgentie en stimuleren van actie, zoals bijvoorbeeld de subsidieregeling Armoede en Schulden van SZW de aandacht voor schuldenproblematiek in Nederland hoger op de kaart heeft gezet.

 

Behalve dat een stimuleringsfonds belangrijk is om nieuwe initiatieven van de grond te krijgen, is het ook belangrijk om meer zicht te krijgen op de mogelijkheden om goede initiatieven structureel in te bedden. Er is een groot risico dat goede ideeën in de pilotfase stranden door het gebrek aan structurele financiering. Samen met belangrijke stakeholders kunnen we de obstakels voor structurele financiering in kaart brengen en komen tot een nieuw financieringsmodel voor voeding in de zorg.

 

Kom samen met ons in actie!

We willen met belangrijke zorginstellingen, zorgverzekeraars, kennisexperts, patiëntvertegenwoordigers en VWS onze schouders zetten onder het ideaal om een volwaardige plek te bereiken voor voeding in de zorg. Dit kunnen we natuurlijk niet alleen en daarom zijn we op zoek naar partners. Kom bij ons in de lucht om met elkaar de juiste stappen te zetten!

 

 



Geef een reactie