#Nieuws

Meten om beter te sturen: de monitor die impact in Leeuwarden Oost zichtbaar maakt

17-12-2025

In dit interview vertelt Marloes Schreur, programmadirecteur van Leeuwarden Oost, en Jonathan Fink-Jensen, projectleider bij Purpose, over de ontwikkeling van de monitor om voortgang en effecten van de brede aanpak in Leeuwarden Oost beter te kunnen volgen, te leren wat werkt en om keuzes in het programma te onderbouwen.

Marloes Schreur is programmadirecteur van het programmabureau Leeuwarden Oost, onderdeel van het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid (NPLV). In die rol stuurt zij een twintigjarige, domeinoverstijgende aanpak aan om generatiearmoede te doorbreken en het perspectief van kinderen en gezinnen in vijf wijken van Leeuwarden Oost te vergroten. Ze werkt daarbij samen met circa 50 partners (o.a. gemeente, scholen, politie, corporaties en zorg) en positioneert het programmabureau nadrukkelijk als onafhankelijke regisseur: coördineren, verbinden, monitoren en leren via een PDCA-cyclus, zonder de uitvoering van partners over te nemen.

Over Leeuwarden Oost

Leeuwarden Oost is één van de twintig focusgebieden binnen het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid (NPLV): een langdurig (20 jaar) programma waarin het Rijk en lokale partners extra investeren om een neerwaartse spiraal in leefbaarheid en veiligheid te keren. Marloes schetst dat het gaat om een stadsdeel met circa 36.000 inwoners verdeeld over vijf wijken, waar sprake is van een stapeling van problemen: relatief veel bijstand, een hoog aandeel kinderen dat opgroeit in armoede (in sommige wijken rond of boven 50%), en hogere cijfers rondom schoolverzuim en het niet behalen van startkwalificaties. Juist die cumulatie maakt dat losse projecten onvoldoende zijn; er is een samenhangende, domeinoverstijgende aanpak nodig die generatiearmoede doorbreekt en kinderen die nu opgroeien meer perspectief geeft op school, werk, gezondheid en prettig wonen.

Opbouw en voortgang van het programma

Het programma kent een duidelijke opbouw. In 2021 is met partners een ambitiedocument opgesteld: wie verbindt zich voor twintig jaar en welke gezamenlijke doelen horen daarbij? In 2022 volgde het programmaplan met een verdere uitwerking van de aanpak. 2023 stond vooral in het teken van randvoorwaarden en financiering: het samenbrengen van middelen (onder meer via SPUK, Gemeente Leeuwarden en vermogensfondsen) en het opzetten van het programmabureau. Vanaf 2024 kwam het programma ‘op volle snelheid’, met veel interventies die inmiddels draaien. Marloes benadrukt daarbij dat het tempo per interventie verschilt en dat snelle winst niet realistisch is; structurele verandering vraagt tijd.

Tegelijkertijd zijn er al wel eerste opbrengsten zichtbaar. Marloes noemt onder meer resultaten in het terugdringen van schulden (ongeveer 100 mensen hebben schulden afgelost gekregen) en plannen rondom woningverduurzaming (richting 1.600 particuliere woningen, met een start bij de eerste groepen). In het onderwijs is ‘school en omgeving’ een belangrijk spoor: kinderen krijgen extra ontwikkeltijd bovenop het reguliere programma, met de ambitie om toe te werken naar circa twee uur extra per dag. Ook de ontwikkeling van integrale kindcentra (IKC’s) – waarin kinderopvang en basisonderwijs vanuit één pedagogische visie samenwerken – is onderdeel van de langetermijnstrategie om kansenongelijkheid vroeg te verkleinen.

Monitorontwikkeling en samenwerking met Purpose

Jonathan Fink-Jensen is projectleider van het project om een monitor te ontwikkelen. In het interview komt naar voren dat de monitor bedoeld is om de voortgang en effecten van de brede aanpak in Leeuwarden Oost beter te kunnen volgen, te leren wat werkt en om keuzes in het programma te onderbouwen. Daarbij gaat het niet alleen om ‘tellen wat we doen’, maar vooral om inzicht in resultaten en impact op bewoners, gezinnen en kinderen over meerdere leefgebieden.

De samenwerking met Purpose loopt als een rode draad door het gesprek en startte bij de pilot Resultaatfinanciering. In die pilot worden sociaal ondernemers niet betaald op inspanning, maar op behaalde resultaten voor en met bewoners. Purpose heeft deze pilot twee jaar gemonitord en geëvalueerd. Vanuit die ervaring ontstond vervolgonderzoek: effectmetingen (onder andere in het Gezinslab) en het verkennen hoe maatschappelijke kosten-batenanalyses (MKBA’s) kunnen aansluiten bij interventies in Leeuwarden Oost.

Later is die lijn doorgezet bij andere projecten, waaronder Lifecoaches. De opeenvolging van onderzoeken levert niet alleen uitkomsten op, maar ook praktische kennis over meten, dataverzameling en het realistisch inrichten van evaluaties in een complex programma met veel partners.

Rolverdeling en leren in de uitvoering

Marloes benadrukt dat het programmabureau interventies niet ‘toe-eigent’. De uitvoering ligt bij partners (zoals gemeente, scholen, zorg en corporaties), terwijl het programmabureau een onafhankelijke, coördinerende en verbindende rol pakt: doelen scherp houden, voortgang volgen, leren wat werkt en die lessen doorontwikkelen via een PDCA-cyclus (plan-do-check-act). Dat zie je bijvoorbeeld bij Lifecoaches: de uitvoering ligt bij de gemeente, en de inzet is inmiddels ook breder dan alleen in Leeuwarden Oost beschikbaar. Purpose’ rol zit dan vooral in het versterken van het leer- en verantwoordingsvermogen: inzichtelijk maken waar impact ontstaat (op leefgebieden én financieel), en het ontwikkelen van een aanpak die herbruikbaar is voor meerdere interventies.

Impact van de aanpak en de samenwerking

De impact van de samenwerking met Purpose komt in het interview vooral naar voren in twee vormen:

  • Inhoudelijk: de MKBA-aanpak (met een leefgebiedenmodel) helpt om effecten niet alleen in één beleidskolom te zoeken, maar breed te kijken naar wat er in het leven van bewoners en jongeren verandert en welke combinaties van problemen het meest voorkomen.
  • Strategisch: het levert een gedeelde meet- en taalstructuur op die gebruikt kan worden om keuzes te onderbouwen, verantwoording af te leggen over publieke investeringen en succesvolle werkwijzen op te schalen of te delen met andere NPLV-gebieden.

Daarnaast benoemen de gesprekspartners een breder leerpunt: om ‘methode-inflatie’ te voorkomen is meer onderlinge afstemming en standaardisering in MKBA-methoden tussen bureaus en gebieden wenselijk. Daarmee wordt de monitor niet alleen een instrument voor verantwoording, maar vooral een hulpmiddel om met partners steeds beter te sturen op duurzame verbetering in Leeuwarden Oost.

Meer weten?

Neem voor meer informatie contact op met Jonathan Fink-Jensen.

Contact

Wij geloven in gelijke kansen voor iedereen. Ongeacht waar je wieg heeft gestaan. Ook al wonen we in een welvarend land, we zien maatschappelijke uitdagingen. Daar willen we oplossingen voor bieden.

Anders denken.
Anders doen.